Gemeente gaat in beroep tegen uitspraak over bouwstop Bijduinhof

De rechter gelastte een bouwstop op het in aanbouw zijnde project Bijduinhof op het voormalige Marinehospitaalterrein in Overveen

De kortgedingrechter zag in januari geen reden om het toen net gestarte project van negen woningen ‘Bijduinhof’ stil te leggen. Omwonenden hadden daar om verzocht omdat zij menen dat het project bijna een meter hoger uitvalt dan was vergund. In een nieuwe zaak die de omwonenden aanspanden omdat hun beroep bij de gemeentelijke commissie Bezwaar en Beroep in mei ook was gesneuveld, oordeelde de kortgedingrechter in augustus echter dat dat een bouwstop wel degelijk op zijn plaats is. De gemeente moet van de rechter een nieuw besluit nemen. De gemeente is op haar beurt weer in beroep gegaan bij de Raad van State en vraagt in voorlopige voorziening om de bouwstop weer op te heffen.

De bouwer ondertussen onthoudt zich tot nu toe van alle commentaar en verwijst voor communicatie over Bijduinhof naar de gemeente. Ook op de vraag of de bouwer zelf ook in beroep gaat tegen de uitspraak van de rechter, gaat deze niet in. De gemeente moet dus vol aan de bak om een goed einde aan dit dossier te breien.
De bouw van dit nieuwbouwproject op het voormalige Marinehospitaalterrein is fors gevorderd en het hoogste punt is bereikt. Maar de bovenkant bestaat ‘nog slechts uit spanconstructies’, aldus de uitspraak in augustus, dus van spoedeisend belang was wel degelijk sprake.

Waar de zaak in de kern om draait is dat de bouwer, om goedkoper te kunnen bouwen, een terp heeft aangelegd. Op die manier kon de ondergrondse parkeergarage op veilige afstand boven het grondwaterpeil blijven. De bezwaarmakers betogen dat door deze terp de maximale nok- en goothoogten worden overschreden. Bovendien zou de garage boven het maaiveld uitsteken.

De rechter oordeelde nu dat de bouwhoogte wordt bepaald door te meten tussen peil uit het bestemmingsplan (3.42 m – red) en hoogste punt. En niet de bovenkant van de afgewerkte begane grondvloer, het ‘bouwkundige peil’, zoals de gemeente had betoogd. Dat bouwkundige peil ligt op 4.10 meter. Dat is 0,68 m. hoger dan het door gemeente uitgezette bestemmingsplan peil, en 0,90 meter hoger dan het peil dat door bezwaarmakers was aangevoerd. “Daarmee staat vast dat in afwijking wordt gebouwd van het hetgeen is vergund”, aldus de rechter in augustus.
Met andere woorden: een terp opwerpen is een truc die niet is toegestaan.

De vraag is nu hoe de gemeente dit kan oplossen. Is het mogelijk de extra hoogte van 0,68 m. dan wel 0,90 m. toch te legaliseren? En: mogelijk put de gemeente door in beroep te gaan bij de Raad van State hoop uit het feit dat de voorzieningenrechter in januari in haar voordeel besliste. Die oordeelde dat er “geen rechtsregel is die aangeeft dat in een omgevingsvergunning het peil volgens bestemmingsplan moet worden aangegeven”.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef als eerste een reactie

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.


*